Thursday, March 13, 2014

WO=MEN interview met Minister Ploumen: wat is haar inzet & analyse CSW58?

Elisabeth van der Steenhoven (WO=MEN) interviewde voor Vice Versa minister Liliane Ploumen over haar inzet bij en analyse van de CSW. Lees het volledige artikel op ViceVersaOnline.


Twee weken geleden sprak u  met het Vaticaan in Rome:  gaat de Heilige Stoel dit jaar weer tegen de term gender ageren?
‘Nou, er is een nieuwe paus. Hij laat nadrukkelijk een ander geluid horen. Het Vaticaan heeft zich nadrukkelijk gekeerd tegen de wet die homoseksualiteit strafbaar maakt. Dat betekent niet dat het Vaticaan achter homoseksualiteit staat, wel dat geprobeerd wordt uitsluiting en criminalisering te voorkomen.
Wat de onderhandelingen betreft: het blijft afwachten of en hoe het nieuwe geluid doorwerkt bij de CSW onderhandelingen. De ervaring bij de CSW leert dat naarmate de tijd vordert alle pijnpunten scherp aan het licht komen.’
U heeft nu met het Vaticaan gesproken, gaat u nog met andere religieuze leiders of stromingen in dialoog over vrouwenrechten en gendergelijkheid?
‘Ja, absoluut. Ik wil graag in gesprek met verschillende katholieke stromingen maar ook met andere religies. En het is belangrijk dat mannen en vrouwen in eigen land het gesprek aangaan met hun religieuze leiders.  Daarom was het voorbeeld van jongeren in Libanon die hun Orthodoxe, Islamitische, Katholieke en Joodse leiders aanspraken zeer inspirerend.’
Over lastige onderwerpen gesproken: u zet zich in voor een aparte gender doelstelling en het integreren van gender in alle andere doelen. Gaat dat lukken, komt er een doel dat zich richt op gendergelijkheid ?
‘Tja, het is zeker geen gelopen race maar het moet lukken. Bijna iedereen snapt dat het noodzakelijk is om apart te investeren in vrouwen en gendergelijkheid, al was het alleen om economische redenen. Dus ik denk wel dat er uiteindelijk een apart genderdoel gaat komen- maar wat de precieze bewoordingen en vorm zullen zijn is nog maar de vraag. Het houdt ook in dat overheden, het maatschappelijk middenveld en alle anderen moeten doorgaan met heel hard knokken. Door samen met organisaties uit vrouwonvriendelijke landen op te trekken, door druk uit te oefenen op de politiek in eigen land en door nieuwe verbanden te smeden.’
Een van de ergernissen van het maatschappelijk middenveld is het feit dat het post-2015 proces weer ouderwets achter gesloten deuren wordt gevoerd. Gaat het alsnog een participatief proces worden, met ruimte voor o.a. NGO’s en genderactivisten?
‘Ze zullen wel moeten. Het merendeel van de landen zal inzien dat het noodzakelijk is, anders is post-2015 gedoemd te mislukken. Dat bleek ook tijdens de  CSW- bijeenkomst van 2012. Mede door de gesloten houding van sommige overheden is het toen niet gelukt om tot een overeenkomst te komen.’
Tot slot: activisten wereldwijd constateren dat het gebrek aan implementatie, aan uitvoering, fnuikend is voor zowel de Millenniumdoelen als andere verdragen omtrent vrouwenrechten. Hoe zit het met de Nederlandse implementatie van vrouwenrechtenverdragen?
‘Kijk maar naar de Nederlandse inzet voor Resolutie 1325 [ een resolutie waarin gender een integraal onderdeel wordt van het veiligheidsbeleid, red]. Hierin werken verschillende ministeries samen. Gender is een centraal onderdeel van het Nederlands buitenlands beleid, dat was ook in vorige kabinetten het geval.
Over Nederland: natuurlijk kan het altijd beter. Het is schokkend dat wellicht  1 op de 3 vrouwen in Nederland geconfronteerd is geweest met huiselijk of seksueel geweld.  En het is idioot dat vrouwen nog steeds 19% minder verdienen dan mannen.  Maar in Nederland is er wel  een grote drive om te werken aan de implementatie van internationale verdragen voor vrouwenrechten en gendergelijkheid.’
Elisabeth van der Steenhoven
Directeur WO=MEN Dutch Gender Platform